Fietsroute Avereest WOII

Extra informatie hoofdstuk 6

De bevrijding van de gemeente Avereest

(door Henrie van Keulen)

“Operatie Plunder” (Over de Rijn naar de Noordzee)

Nadat de geallieerden de Rijn waren overgestoken, kwam de bevrijding van het oosten, noorden en uiteindelijk ook het midden en het westen van ons land in zicht.

De 21ste Legergroep welke onder leiding stond van veldmaarschalk Montgomery, kreeg op 24 maart eindelijk de ruimte om na een betrekkelijk lange periode van wachten, op te rukken naar het noorden. De linkerflank van de 21ste Legergroep bestond uit het Tweede Corps van het 1e Canadese leger, welke weer onderverdeeld was in de 1ste Canadese Infanterie Divisie, de 2de Canadese Infanterie Divisie, de 3de Canadese Infanterie Divisie en de 4de Canadese Pantserdivisie.

De 1ste Canadese Infanterie Divisie speelde geen rol in de bevrijding van het oosten en noorden van Nederland.

De 3e Canadese Infanterie Divisie kreeg als einddoel Friesland aangewezen, de 2e Canadese Infanterie Divisie kreeg Groningen als einddoel aangewezen en de 4e Canadese Pantserdivisie zou de rechterflank bezetten samen met de 1ste Poolse Pantserdivisie, die later tussen de 2e en de 4e divisie opereerde.

Voorboden van “Operatie Plunder” waren de vele beschietingen van treinen, schepen, spoorwegemplacementen, sluizen, etc. door Typhoon en Spitfire jachtvliegtuigen.

Op het moment dat de 2de Canadese Infanterie Divisie in de omgeving van Holten en Schipbeek was aangekomen (in de nacht van 7 op 8 april) sprongen er boven Drenthe parachutisten van de Special Air Service (S.A.S.). Ook werden er in diezelfde nacht als afleidingsmanoeuvre een groot aantal parachutes, waaraan poppen gemaakt van jutestof, ongeveer 80 cm groot en voorzien van allerlei zelf ontstekend vuurwerk, afgeworpen.

De boven Drenthe neergekomen parachutisten waren van Franse origine (Les 2me et 3me Régiments Chasseurs Parachutistes). De Franse soldaten sprongen in groepjes van 12 tot 15 man (zogenaamde sticks) uit de vliegtuigen en opereerden ook als zodanig. In totaal 47 Stirling bommenwerpers brachten die nacht 46 sticks á 15 man en 1 stick van 12 man naar noord Nederland. In totaal waren het 702 para’s, die aan deze zeer heldhaftige Operatie Amherst deelnamen.

De para’s hadden de opdracht om achter de linies van de Duitsers te opereren, de belangrijke verkeersknooppunten in handen zien te krijgen en bruggen te veroveren en te verdedigen, om zodoende de 2de Canadese Infanterie Divisie een snelle opmars te verzekeren. Ook vliegveld Havelte moest door hen worden bezet; het afspringgebied lag daarom in een grote rechthoek tussen Steenwijk, Norg, Rolde en Coevorden. De gehele operatie kostte de Special Air Service 33 doden, 70 gewonden en ongeveer 100 gevangenen, al met al waren dit grote verliezen voor de Franse para’s.

Tegelijkertijd kwamen via de weg een aantal Belgische para’s in dit gebied aan. Het waren soldaten van het 1ste Belgische Parachutisten Bataljon, de Belgische tak van de Special Air Service (5 S.A.S.) onder majoor Blondeel, die met de hun opgedragen “operatie Larkswood” bezig waren.rHet waren soldaten van het 1ste Belgische Ze maakten o.a. gebruik van gepantserde jeeps die zwaar bewapend waren met zeer snel vurende dubbele Vickers vliegtuigmitrailleurs, die vóór en soms ook achter op de wagens gemonteerd waren.

De 4de Canadese Pantserdivisie had met een indrukwekkende snelheid vanuit Twente in noordelijke richting via Duitsland reeds op 6 april Coevorden bereikt. Hier moesten ze eerst wachten op aflossing door de 1e Poolse Pantserdivisie. Op 10 april waren de Polen met hun 1ste Poolse Pantserdivisie in Coevorden en namen het gebied van de 4de Canadese Pantserdivisie over en trokken verder in noordoostelijke richting. De Canadezen trokken vervolgens verder naar het oosten, Duitsland in.

In de periode van 6 t/m 10 april terwijl de Canadezen op aflossing door de Polen wachtten, werd er vanuit Coevorden in westelijke richting een verkenningseenheid die toen deel uitmaakte van de 4de Divisie, op uit gestuurd. Dit was het 18de Canadese Pantserwagen Regiment genaamd de 12th Manitoba Dragoons (“Manitobas”), dit was een zgn. “long range reconnaissence”-Regiment (dus gespecialiseerd in lange afstand verkenningstaken). Het was een Cavalerie verkenningsregiment. De mannen hiervan waren voornamelijk afkomstig uit de Canadese provincie Manitoba en het oostelijk deel van de provincie Satchkatchewan. Regimentscommandant was Major Patrick C. R. Black.

De verkenningsunits werden erop uitgestuurd om af te tasten wat de sterkte van de Duitse garnizoenen was. Ze trokken daarbij ver opzij en ook vooruit, om te kijken of er nog flankaanvallen van Duitse troepen te verwachten waren. Dit gebeurde uitsluitend overdag.

’s Avonds trokken ze zich terug achter de eigen hoofdlinie. Dit was hier helemaal in Gramsbergen, Lutten en Hardenberg, dus Dedemsvaart en Balkbrug hadden ’s nachts dezelfde “niemandsland”-situatie.

De bevrijders komen uit het oosten

Hoewel het voor de bewoners van deze streken vreemd overkwam, rukten de bevrijders vanuit Duitsland op in onze richting. Ook Poolse troepen maakten deel uit van de bevrijders in onze omgeving, zo zijn Gramsbergen en Hardenberg bevrijd door eenheden van de eerste Poolse pantserdivisie. Coevorden was al op 5 april bevrijd door eenheden van de 4e Canadese divisie die via Duitsland afgebogen waren in de richting van Nederland. Om de flanken van deze eenheden te beveiligen, werden verkenningsacties ondernomen door eenheden van het Canadese leger.

De vele kanalen, sloten, wijken en andere waterlopen die in de opmarsroute van de Canadese grondtroepen lagen, veroorzaakten veel vertraging. Omdat er zo veel waterlopen overbrugd moesten worden, werd het brugmateriaal schaars.

De Canadezen waren verbaasd over het grote verschil in het gedrag van de bevolking zodra ze de grens tussen Duitsland en Nederland waren overgestoken. In Duitsland was de bevolking terughoudend, was alles grauw en waren er veel vluchtelingen. Ze werden echter in Nederland met veel vreugde begroet, de vlaggen werden uitgestoken en iedereen was blij en behulpzaam. Ze werden toegejuicht, ze kregen eieren en melk. Een Luitenant van de Canadezen merkte op: Surprising how jovial and glad to see us, the “Square Heads” after we threaten burn their towns down (Verbazingwekkend, hoe enthousiast en blij ze zijn om ons te zien, nadat we dreigden om hun dorpen plat te branden).

Ook de verzetsbeweging kwam in actie om samen met de burgerbevolking opgeblazen bruggen te repareren en wegversperringen op te ruimen. Het verstrekken van belangrijke informatie, de plaatselijk bekendheid en het optreden als tolk door het plaatselijke verzet was ook erg waardevol voor de Canadezen.

De bevrijding van de gemeente Avereest ging met “horten en stoten”, omdat de eerste Canadese verkenningseenheid die overdag in Dedemsvaart aankwamen, zich ’s avonds weer terugtrokken op Gramsbergen. Er was al vaker van geallieerde zijde voor gewaarschuwd, om niet te vroeg te juichen en voorzichtigheid in acht te nemen tijdens de acties van de bevrijders. Toch ging het in Dedemsvaart dit keer gruwelijk mis, omdat op de avond van 6 april de Duitsers weer terugkeerden en er een gevecht ontstond met leden van de BS die gevangengenomen Duitse sympathisanten bewaakten.

De eerste Canadezen in Avereest.

Op vrijdag 6 april 1945 om 15.14 uur staan er 4 Canadese pantserwagens van de 3de Troop van het A-Squadron van de 12de Manitoba Dragoons bij de brug van Schrijver in Lutten, ze kunnen niet verder omdat, terwijl ze de brug naderden, de brug net voor hun neus door de Duitsers is opgeblazen. Deze groep van 4 pantserwagens bestaat uit 2 stuks Staghounds (grote zware pantserwagens) en 2 stuks Lynx Scout Cars (lichte gepantserde verkenningsvoertuigen).

De Manitobas waren Dedemsvaart vanuit Gramsbergen genaderd. Er vonden bij Lutten gevechtshandelingen plaats, een Duits voertuig werd ter hoogte van de huidige Jachthuisweg bij de aardappelmeelfabriek de Baanbreker in de brand geschoten. Er sneuvelen in deze regio meerdere Duitse militairen.

De BS van Dedemsvaart, ook wel de ondergrondse genoemd, wordt actief. Enkele leden van de BS, namelijk Anton Jonker, Harm Michel, Willy van Schaik komen in actie, ook helpen vele burgers mee. Met behulp van planken en palen van het bedrijf Huisman (Sluis 7), wordt de brug weer gerepareerd, zodat om 16.00 uur de Canadezen verder kunnen optrekken. Ook de leden van de BS nemen gewapend plaats op de pantserwagens en rijden zo richting Dedemsvaart.

De brug bij Huisman over de Ongelukkige Wijk net ten westen van Sluis 7 is dankzij de BS nog in takt, hier wordt de grens van de gemeente Avereest overschreden en verder gaat het via de Tottenhamstraat en het Rheezerend naar Sluis 6. Onderweg komen nog meer leden van het verzet voor de dag en nemen ook plaats op de Canadese pantserwagens.

Om 16.20 uur wordt een Duitse vrachtwagen bij huize “Landzicht” die juist wilde wegrijden door de Canadezen onder vuur genomen. De Duitse chauffeur vlucht weg, maar wordt door de BS gevangengenomen. Om 16.37 uur is het gevecht voorbij en ook de commandant van de BS, de heer Bergkamp voegt zich bij de groep Canadezen. Bij de brug van Zomer (over de Langewijk naar de van Haeringenstraat) wordt krijgsraad gehouden.

De commandant van de Canadezen wil graag weten of er Duitsers ten zuiden van Dedemsvaart, in de buurtschap De Driehoek zitten. Hij vraagt of de groep van de BS bereid is om een verkenning uit te voeren. Onder leiding van Bergkamp gaan een stuk of 8 man van de BS, deels lopend en deels op de fiets op patrouille in zuidelijke richting. Er worden geen vijandelijke troepen waargenomen. 

De Canadezen rijden ondertussen verder richting het centrum van Dedemsvaart. Tijdens een vuurgevecht met terugtrekkende Duitsers (Spättruppen, zij waren belast met het laten springen van de bruggen en versperringen) nabij de Kalkovenbrug, wordt een meisje in de Kloosterhoek dodelijk getroffen door een verdwaalde kogel. Het betreft hier de 15-jarige Hendrikje Klooster.

Om 16.55 uur staat de verkenningseenheid bij de Kalkovenbrug, die samen met de brug over de Langewijk net daarvoor door de Duitsers opgeblazen is, gelukkig waren ook deze bruggen slechts licht beschadigd. Vervolgens wordt de Kalkovenbrug zo snel mogelijk met hulp van de burgerbevolking en leden van de BS weer begaanbaar gemaakt en de Canadezen rijden via de Langewijk en de Molstraat-brug naar de markt. Op de markt namen de Canadezen de soldaten van de Luftmeldungsstelle Dedemsvaart, die onder commando staan van de Duitse onderofficier Platzner krijgsgevangen.

De Canadezen in Balkbrug

Op zaterdag 7 april worden er vanuit Gramsbergen weer verschillende Canadese verkenningsgroepen van de Manitobas op uit gestuurd.

Om 11.33 uur meldt de 4de Troop van het A Squadron dat ze kunnen verhinderen dat er een brug opgeblazen wordt in de omgeving van Dedemsvaart. Om 12.40 uur komt er nogmaals een melding dat ze zich in de omgeving van Dedemsvaart bevinden en dat de brug okay is.

Ook de 1ste Troop van het A-Squadron meldt zich om 12.40 uur en 13.10 uur met de mededeling dat ze zich in de omgeving van Dedemsvaart bevinden.

De 4de Troop gaat verder richting Balkbrug. Vanaf De Pol kunnen ze over het kanaal de Dedemsvaart de plaats Balkbrug zien liggen. Ze vuren een aantal granaten af in de richting van Balkbrug, waarbij de schoorsteenpijp van de zuivelfabriek als richtpunt dient. Eén van de granaten wordt daarbij dwars door de schoorsteenpijp geschoten. De Duitsers zijn gewaarschuwd; “wij komen eraan”.

De Canadezen zien dat de brug in het centrum van Balkbrug opgeblazen is en rijden door in westelijke richting. Om 13.00 wordt gemeld dat de brug opgeblazen is, hiermee wordt hoogstwaarschijnlijk de brug over de Huizingerwijk bedoeld. Deze brug lag iets ten westen van het centrum van Balkbrug over de wijk die door het Heuveltjesbos in de richting van Oud Avereest loopt. Om 13.51 uur wordt nogmaals gemeld dat ze zich in de omgeving van Balkbrug bevinden.

Om 15.35 uur wordt gemeld dat ze zich bevinden bij de opgeblazen brug in het centrum van Balkbrug! De Duitsers hebben ’s nachts de brug opgeblazen en zich daarna teruggetrokken in de richting van Meppel.

Franse parachutisten in Dedemsvaart

Op zaterdag 7 april 1945 ‘s avonds om 23.00 uur landen er in de omgeving van Dedemsvaart, in de buurt van de 11e Wijk, nabij de “Stegerenshoeve” een Stick (ongeveer 15 man) Franse parachutisten.

Ze behoorden tot de 1e Coy, 2e RCP (Regiment de Chasseurs Parachutistes) onder bevel van luitenant Jean Scriber. Andere namen die bekend zijn van para’s van deze stick zijn Maurice Billon en Gerard Tiry. Deze parachutisten waren in het kader van operatie Amherst, gedropt nabij Dedemsvaart. Later bleek, dat er ten gevolge van het slechte weer en gebrekkige radarnavigatie een fout gemaakt was, deze para’s hadden eigenlijk nabij Gieten in Drenthe moeten landen, ongeveer 60 km uit de koers. Ze kwamen naar beneden in een gebied waar de Manitobas al een aantal dagen rondzwierven en de vijand van de ene plaats naar de andere achtervolgden.

Al snel hadden de para’s contact met burgers en leden van het verzet in Dedemsvaart. De parachutisten kregen van alle kanten hulp aangeboden. Aan de volgende personen is, wegens hulp aan de Franse parachutisten, na de oorlog het Franse bronzen oorlogskruis uitgereikt,

Jan de Haan (tolk), G. Sackers, Harm Michel, Anton Jonker, Hendrik de Vogel, Poppe Veltman, Wilhelm Ganzeboer, J.P. Aspiazo, W. van Schaik, Jan Dekker, Alb. Strijker, H. Hilbrand, G.H. Köster sr, G.H. Köster jr. en Jakob Smit.

Jarenlang heeft de officiële oorkonde die bij het Franse bronzen oorlogskruis hoort, in het gemeentehuis van Avereest gehangen. De oorkonde is nu in het bezit van de Historische Vereniging Avereest.

Bij de landing was een van de para’s gewond geraakt. De parachutist Pierre Rufenacht was precies op het dak van een woning geland, hierbij had hij zijn been gebroken. Er werd contact gelegd met de huisarts in Dedemsvaart, dokter Fock van Coppenaal. De huisarts was zo blij verrast met de komst van de bevrijders, dat hij, voordat hij zich over de patiënt ontfermde, eerst een fles wijn van voor de oorlog wilde openen.

In het actieverslag van de Belgische SAS (Operatie Larkswood) werd vastgelegd dat op 8 april, om 07.30 uur, een Jeep-patrouille in Hardenberg door het verzet geïnformeerd werd dat een groep van 11 Franse SAS-para’s, die per abuis zijn geland bij Dedemsvaart, was omsingeld en hulp nodig had. Een van de para’s was gewond.

Een Jeep-patrouille van 4 voertuigen en een 15 CWT-truck werden uitgezonden om contact op te nemen met de Franse para’s. De Fransen werden gevonden, een van hen was inderdaad gewond, maar ze waren niet omsingeld door de vijand en bleven in het gebied om hun taak uit te voeren. Hun taak was om door middel van hinderlagen de vijand in de val te lokken.

De gewonde soldaat werd geëvacueerd naar Coevorden. De Franse para’s hergroepeerden zich snel. Luitenant Scriber herkende de sector helemaal niet en was totaal gedesoriënteerd, maar door contact met de Nederlandse inwoners hoorde hij dat hij ten zuidwesten van Lutten naar beneden was gekomen.

Tegen het einde van de dag werd contact gemaakt met de Canadese grondtroepen. Gezien de situatie moest Lt. Scriber improviseren. De parachutisten voerden inlichtingenoperaties uit en verkenningspatrouilles voor de Canadezen. Ze namen ook deel aan het opruimen van verzetshaarden in het gebied en zochten het bos af naar groepen geïsoleerde Duitsers.

Omdat Heemse en Ommen nog bezet waren door de Duitsers werden er door de Fransen op de verbindingswegen tussen Heemse en Ommen hinderlagen opgericht. Ze slaagden erin om twee vijandelijke auto’s te vernietigen. Een van de Fransen sprak vloeiend Duits, hij kwam uit de Elzas en Duits was zijn moedertaal, zodat hij in Duits uniform ingezet werd om vijandelijke voertuigen aan te houden en Duitse soldaten aan te spreken.

Hierna werd de stick al snel naar het verzamelpunt in Coevorden gebracht. Hier bood een deel van de stick zich aan als vrijwilliger om de gepantserde jeeps die over land naar Coevorden waren gereden te bemannen en deel te nemen aan de dweiloperaties rond Westerbork en Schoonloo.

Onbekende groep parachutisten

Er landde in die nacht nog een stick Franse parachutisten in de gemeente Avereest. Deze stick stond onder leiding van Adj. Lagallero. Ze kwamen aan de grond op een afstand van ongeveer 2 km ten oosten van de Ommerschans. Er zijn geen andere feiten van bekend, dan dat ze zich uiteindelijk in Balkbrug samengevoegd hebben met de beide sticks die in de Staatsbossen van Staphorst actief waren.

Onrust op zondag

Zondag 8 april 1945 was een onrustige dag. ’s Morgens om 9.30 uur kwam plotseling de Duitse soldaat Paul König op een motorfiets vanuit de Zuidwolderstraat de Langewijk oprijden. Een lid van de BS die op de Langewijk in de buurt van de Kalkwijkbrug op wacht stond, wilde de motorrijder aanhouden. Maar de Duitse soldaat trok zich nergens wat van aan en reed door. Vervolgens werd hij door de BS’er beschoten en ging door kogels getroffen met zijn motor onderuit. Hij is nog wel naar de ziekenzaal van Huize Avondlicht gebracht, maar hij was ondertussen al overleden. Paul König kwam uit Zella Mehlis in midden Duitsland en was daar voor de oorlog kolenhandelaar.

In de namiddag klonken er plotseling schoten op de Kalkwijk (Julianastraat) in het centrum van Dedemsvaart. Een kleine Duitse patrouille was teruggekeerd naar Dedemsvaart en was nerveus begonnen te schieten. Ze waren waarschijnlijk op zoek naar de parachutisten die in het gebied rond Dedemsvaart geland waren.

Verder vonden er nog steeds verkenningen door de Manitobas in de omgeving plaats. In de omgeving van Meppel, Dalfsen en Oudleusen vinden gevechten plaats met terugtrekkende Duitse troepen.

Balkbrugse bevolking hersteld brug

Toen duidelijk was dat de Duitsers voorgoed verdwenen waren uit Balkbrug, werd er door een aantal inwoners begonnen met de aanleg van een noodbrug. Het werkte aanstekelijk, er waren steeds meer plaatsgenoten die hieraan meehielpen. De noodbrug werd samengesteld door een aantal “bokken” (langwerpige ijzeren open boten, deze werden gebruikt voor het vervoer van allerlei materialen over sloten en kanalen) en een platte schuit aan elkaar te koppelen met tramrails. Deze boten lagen in de lengterichting van het kanaal de Dedemsvaart. Daaroverheen werden zware balken en planken gelegd. Toevallig lag er een schip geladen met hout ter hoogte van de Benedenvaart, dus daar werd dankbaar gebruik van gemaakt. Deze noodbrug lag aan de oostkant van de opgeblazen brug in het centrum van Balkbrug.

Dat de brug degelijk gemaakt was, werd direct al duidelijk toen op maandag de eerste pantserwagens van de Canadezen er gebruik van maakten om richting Ommen te patrouilleren.

Toen de noodbrug gereed was, werd direct daarna samen met de Canadezen gestart met het vrijmaken van de opgeblazen brug. De bascule van de brug was gedeeltelijk op het brugdek gevallen en het brugdek was van de landhoofden geslagen. Hierdoor was de brug onbegaanbaar geworden voor alle verkeer. Samen met de firma Huisman uit Dedemsvaart werden twee hoge takelbokken opgesteld met een katrol bovenin, zodat de bascule opgetakeld kon worden en het brugdek weer op zijn plaats gelegd kon worden.

Op 10 april was de herstelde oude brug weer te gebruiken voor de opmars van de 2e Canadese Infanteriedivisie vanuit het zuiden naar het Noorden van het land.

Men kan met recht spreken, dat de bevolking van Balkbrug gezamenlijk eerst de noodbrug en daarna de opgeblazen brug weer zover hersteld heeft, dat de Canadezen met hun zware voertuigen er weer gebruik van konden maken om hun opmars voort te zetten. Als eerbetoon aan de bevolking van Balkbrug plaatsten de Canadese Royal Engineers een bord met de mededeling dat de brug niet door hen, maar door de burgers van Balkbrug werd gebouwd. Er stond dan ook met recht een groot bord bij de brug met de tekst “Bridge Build by Civilians of the Town of Balkbrug”.

Franse parachutisten in Staphorst

Ook in Staphorst en Nieuwleusen kwamen in de nacht van 7 op 8 april Franse para’s neer (2 sticks, dus ongeveer 30 man). De stick die neerkwam ten Noorden van Den Hulst, stond onder leiding van Baratin. De andere stick, die neerkwam ten NW van Den Hulst, stond onder leiding van Lt. Bouffartique. Ook deze beide sticks waren compleet uit de koers geraakt en hadden eigenlijk veel noordelijker moeten neerkomen. Ze hadden moeten landen net ten zuiden van de spoorlijn Meppel-Hoogeveen.

Ook in Staphorst en Nieuwleusen kwamen in de nacht van 7 op 8 april Franse para’s neer (2 sticks, dus ongeveer 30 man). De stick die neerkwam ten Noorden van Den Hulst, stond onder leiding van Baratin. De andere stick, die neerkwam ten NW van Den Hulst, stond onder leiding van Lt. Bouffartique. Ook deze beide sticks waren compleet uit de koers geraakt en hadden eigenlijk veel noordelijker moeten neerkomen. Ze hadden moeten landen net ten zuiden van de spoorlijn Meppel-Hoogeveen.

De 2 Sticks voegden zich al snel samen en kwamen in contact met de groep onderduikers die zich al sinds oktober 1944 bevond in de staatsbossen nabij Staphorst. Deze groep stond onder leiding van Jos Bonvanie, voormalig wachtmeester der rijkspolitie in Staphorst, die zelf op 10 augustus 1944 met medeneming van het complete bevolkingsregister en distributiebescheiden van Staphorst was ondergedoken. De groep onderduikers in de staatsbossen bestond uit een groep die varieerde van 10 tot 25 personen. De samenstelling wisselde nogal eens.

Nel Steffes, was de koerierster van de verzetsgroep. De groep verbleef overdag in een schuilplaats in het bos, maar ’s avonds en ’s nachts werden ze opgevangen door boeren in de omgeving waar ze een warme prak en een warme slaapplaats konden vinden. Onder andere bij de familie Kist, die een boerderij hadden in het Westerhuizingerveld waren de onderduikers kind aan huis. Ook op andere plaatsen in het Westerhuizingerveld, Luttenoever, Punthorst, Staphorst en Meppel konden ze bij diverse mensen schuilen als dat nodig was.

De onderduikersgroep groeide geleidelijk uit tot een goed bewapende verzetsgroep. Ze pleegden overvallen op distributiekantoren en voerden sabotageacties uit op Duitse doelen. Ook vingen ze neergehaalde piloten op en indien mogelijk werden die weer terug geloodst naar eigen gelederen. Tevens werden inlichtingen voor de geallieerden verzameld. Er vond in de staatsbossen van Staphorst zelfs een wapendropping plaats, waarbij 57 containers gedropt werden met wapens, explosieven en ander materiaal. Dus deze groep was een geduchte medestander van de Franse para’s en had dan ook als opdracht om zoveel mogelijk ondersteuning te verlenen aan de geallieerde bevrijders.

Het eerste contact tussen de para’s en de verzetsgroep ging niet van een leien dakje, want er vielen direct al twee gewonden aan Nederlandse zijde. De Fransen hadden niet verwacht dat er een verzetsgroep in het bos verscholen was en openden direct het vuur zodra ze onraad bemerkten. Gelukkig bleef het bij deze twee gewonden, waarvan er een in zijn been en de ander in zijn voet geschoten was.

Na een nachtelijke bespreking besloten de beide groepen te gaan samenwerken. De verzetsbeweging kreeg op deze manier dus steun van de ervaren Franse strijders en de Fransen konden rekenen op de kennis van plaatselijke omstandigheden van de verzetsgroep.

Op zondag 8 april werden de Franse para Yves Loichot en de verzetsstrijder Kees de Roos doodgeschoten vanuit de boerderij van de familie Santing aan de Dekkersweg in de Punthorst. Deze twee mannen waren er met de motor op uitgestuurd om gedropte uitrustingsstukken op te zoeken. Daarop werd de boerderij van Santing aangevallen door de gezamenlijke groep. Er ontstond een vuurgevecht bij de boerderij van de NSB-familie Santing, waarbij vader Santing en drie zoons doorgeschoten werden.

Volgens het oorlogsdagboek van de 12e Manitoba Dragoons maakte een Troop pantserwagens die westwaarts de regio indoken contact met de Franse para’s in de middag van 8 april. Dit werd bevestigd door een radiobericht van Bouffartigue naar het SAS-hoofdkwartier om 15.45 uur waarin staat dat er contact is geweest met de Canadezen. Een verkenningswagen van de Manitobas bleef bij de para’s voor radiocommunicatie.

Enkele pantserwagens van de Manitobas zouden die zondag een aanval doen op het viaduct bij de Lichtmis en de gezamenlijke groep zou daar ondersteuning aan verlenen. De Fransen en Nederlanders trokken naar de Lichtmisbrug, om als eerste te trachten de brug te veroveren. De Lichtmisbrug werd echter verdedigd door een sterk vijandelijk detachement en de mannen werden verdreven door de vijand. Dit gebeurde om ongeveer 16.30 uur. Een van de Franse parachutisten en een van de verzetsmensen raakte gewond bij deze actie.

De verdediging van Balkbrug    

Op maandag 9 april kregen de Franse para’s en de verzetsgroep uit Staphorst orders om Balkbrug te bezetten en de brug te beveiligen, in afwachting van de komst van de Canadese grondtroepen. Hier aangekomen werden de twee gewonde mannen van het gevecht bij de Lichtmisbrug opgevangen door de Canadezen en geëvacueerd richting Coevorden.

Balkbrug was een belangrijk knooppunt van wegen. Ommen was nog bezet door Duitse SS-troepen. Als de geallieerde opmars niet was te stuiten, werd verwacht dat de Duitsers of naar Balkbrug, of naar Zwolle zouden proberen uit te breken. Overdag kregen de gezamenlijke verdedigers ondersteuning van de Canadese gevechtswagens van de Manitobas, maar ’s nachts werden de Canadezen teruggetrokken op Lutten en Hardenberg. De verdedigers kregen praktisch geen slaap, want ze moesten voortduren wachtlopen en alert blijven.

Er werden “speciale” chocoladerepen uitgedeeld, als je deze op at, was de slaperigheid verdwenen. Later bleek dat hier benzedrine, een soort amfetamine (speed) in zat, waardoor men totaal geen last meer had van slaperigheid.

Gedurende deze twee dagen was er nog een gevecht met de Duitsers in de Ommerschans. In de nacht van 9 op 10 april naderde er een vijandelijk konvooi, door de Fransen omschreven als een gevechtspatrouille, bestaande uit een gepantserd voertuig en drie vrachtwagens. Maar deze aanval werd door de verdedigers van Balkbrug afgeslagen.

In de loop van 10 april werd contact gelegd met de grondtroepen van de 2e Canadese Infanteriedivisie die Ommen naderde. De route naar het noorden was bij Ommen geblokkeerd.

De nacht van dinsdag 10 op woensdag 11 april was kritisch, want men was bang dat de SS ‘ers vanuit Ommen zouden proberen om via Balkbrug uit te breken. Er waren voortdurend schoten te horen vanuit zuidelijke richting, de Canadezen waren in aantocht. Gelukkig hebben de Duitsers zich die nacht teruggetrokken in de richting van Zwolle.

Een bijzonder geval is, dat er een Duitse spion gevangengenomen wordt. Deze Wilhelm Karstedt, geb. 6-5-02 te Tangenmünde in Duitsland wordt op 10 april 1945 in Balkbrug ter plekke gefusilleerd door de Canadezen.

Canadezen gaan over de noodbrug

Terwijl de Franse para’s en de verzetsstrijders de noodbrug bewaken, maakt op maandag 9 april de Canadese 1ste Troop van het A-squadron gebruik van de noodbrug in Balkbrug en gaat in zuidelijke richting om te proberen via Witharen Ommen te bereiken.

In Ommen bevindt zich nog een grote Duitse troepenmacht. Er wordt gesproken van een groep van 400 tot 500 man SS-soldaten, die het oprukken van de Canadese 2de Divisie bemoeilijken. Het D-squadron van de 12de Manitoba Dragoons zit al sinds vrijdag 6 april vastgepind ten zuiden van Ommen.

Witharen was niemandsland. De Canadezen raakten bij de Balkerweg en de Bakkersweg en later zelfs bij de Kerkenhoek in Nieuwleusen en in Ruitenveen verzeild in vuurgevechten met Duitse militairen. Boerderijen aan het Westeinde te Nieuwleusen werden in de brand geschoten, omdat vermoed werd dat hier Duitsers aanwezig waren. Ook burgers bij De Meele, op ca. 100 meter ten westen van de Jachtlusterallee in Nieuwleusen, werden per vergissing onder vuur genomen. De Canadezen trekken zich volgens plan ’s avonds weer terug op Lutten.

Pas op 13 april wordt Nieuwleusen definitief bevrijd door Canadese militairen van het Toronto Scottish Regiment, die deel uitmaakten van de 3e Canadese Infanterie Divisie. Deze divisie trok via Zwolle naar het noorden, zodat dit regiment dus uit westelijke richting in Nieuwleusen aankwam.

Gevecht op de Balkerweg

Op dinsdag 10 april vindt er op de Balkerweg, tussen de Ommerschans en Witharen opnieuw een vuurgevecht met de vijand plaats. Er worden 5 vijanden gedood, 1 gewond en 20 krijgsgevangenen gemaakt. Ook worden aan de noordzijde van Witharen een aantal boerderijen door de Canadezen in brand geschoten.

Laat in de avond van 10 april werden de Manitobas, tot hun spijt, overgeplaatst naar Duitsland, waar ze opnieuw de 4de Canadese Infanteriedivisie moesten helpen. Ze werden vervangen door de Royal Canadian Dragoons (1e Canadese Pantserwagen Regiment) die Dedemsvaart en Balkbrug bereikten in de vroege middag van 11 april.

De situatie in Ommen

Het D-squadron (Troop 16 t/m Troop 19) had op vrijdag 6 april gebruik gemaakt van de brug in Vroomshoop om op te rukken in westelijke richting. Den Ham werd bevrijd en daarna verkenden ze de bossen rond Eerde. Nabij Besthmen ging bij gevechten met de Duitsers een Staghound verloren en men zette de tocht voort richting de vechtbrug in Ommen. Op de Stationsweg in Ommen gaat het weer mis, ze krijgen vuurcontact met de vijand. De Lead Car (Staghound) van de 19de Troop wordt geraakt door een Duitse Pantzerfaust. Hierbij vallen 2 doden en 1 gewonde, de andere 2 bemanningsleden worden krijgsgevangen gemaakt.

De dagen erna vinden er rondom Ommen regelmatig gevechtsacties plaats, maar de verdediging van Ommen is te sterk voor de relatief lichte pantserwagen van de Manitobas. Sinds zondag 8 april was Ommen als het ware omsingeld door de Manitoba Dragoons, maar verder is het wachten op de hoofdmacht van de 2e Canadese Infanterie Divisie met zwaarder materiaal, zoals tanks en artillerie.

Uiteindelijk zijn de Duitsers zijn in de nacht van 10 op 11 april in westelijke richting vertrokken.

Op 11 april wordt Ommen definitief bevrijd verklaard!

Canadese troepenverplaatsingen

Op 10 april ’s middags komt vanuit Gramsbergen door Lutten, via Sluis 7, Sluis 6 en de Langewijk een grote colonne Canadese voertuigen in de richting van Dedemsvaart. Het betreft een eenheid van de 2e Canadese Infanterie Divisie, namelijk het regiment The Queens Own Cameron Highlanders of Canada (“Camerons”) die deel uitmaken van de 6e Canadese Infanterie Brigade.

Tanks, pantserwagens, jeeps, Bren-carriers, vrachtwagens in diverse maten en soorten, motorfietsen, het gaat maar door. Er lijkt geen eind aan te komen, het grootste gedeelte gaat richting Balkbrug.

Ondertussen is het op de markt in Dedemsvaart ook een drukte van belang, er staan diverse Canadese legervoertuigen en het marktplein is er vol met nieuwsgierige en feestvierende burgers.

Bijzonder tragisch is het dat er een jongetje in zijn enthousiasme om alles goed te kunnen zien, door een voertuig wordt overreden en hierbij om het leven komt. Het betreft de 11-jarige A.C. Dieckman, die tegenover de molen aan de Hoofdvaart in Dedemsvaart woont.

Op 10 april 1945 ‘s avonds wordt Dedemsvaart officieel bevrijd verklaard!

Verkeersregelaars in Balkbrug

Ook op 11 april komen er nog steeds legervoertuigen uit de richting van Dedemsvaart. De meesten slaan bij de brug in Balkbrug rechtsaf en gaan richting Zuidwolde/Hoogeveen.

Maar er komen nu ook colonnes legervoertuigen uit de richting van Ommen en die gaan ook naar Zuidwolde/Hoogeveen. Ook komen er vrachtwagens, die voor de bevoorrading zoals benzine, voedsel en munitie zorgen, terug vanuit het noorden en gaan weer naar Gramsbergen en Ommen om opnieuw geladen te worden.

Om alles in goede banen te leiden staan er verkeersregelaars van de Canadese Militaire Politie, die herkenbaar zijn aan hun witte uitmonstering, in het centrum van Balkbrug. Balkbrug is op dat moment een van de belangrijkste verkeersknooppunten van het land.

Definitieve bevrijding van Balkbrug

Op woensdag 11 april was het dan toch eindelijk afgelopen met de voortdurende angst voor een aanval van de Duitsers vanuit Ommen. Vanuit het zuiden (Ommen) komen enorme colonnes geallieerde voertuigen: tanks, vrachtauto’s, pantserwagens, jeeps, zelfs bruggen-leggende tanks, bren-carriers, enz. enz. er kwam maar geen eind aan, honderden en honderden.

Het waren voertuigen die deel uitmaakten van de 2e Canadese Infanterie Divisie. Zware tanks van de The Ford Garry Horse (10th Armoured Regiment) trokken samen op met infanterie van het infanterieregiment The Black Watch (Royal Highland Regiment) of Canada. Ze werden direct daarop gevolgd door infanterie van 6e Canadese Infanterie Brigade met hun zware pantserwagens, zogenaamde Kangaroos, dit zijn tanks zonder koepel voor infanteristen.

Daartussenin allerlei verschillende voertuigen van ondersteunende eenheden, zoals artillerie, anti-tank, genie, transportdienst, medische- en verbindingsdienst. Al deze voertuigen gingen over de brug in Balkbrug in noordelijke richting naar Hoogeveen en uiteindelijk naar Groningen.

Ook de Franse parachutisten sluiten zich aan bij hun Canadese collega’s en hergroeperen zich met de andere Fransen in die in de omgeving gedropt zijn.

Op 11 april 1945 was Balkbrug definitief verlost van de Duitse dreiging en eindelijk bevrijd!

Canadese Hefbrug

Na de bevrijding van Nederland hebben de Canadezen in Balkbrug een hefbrug gebouwd. Hierdoor kon ook de scheepvaart in het kanaal de Dedemsvaart weer op gang komen.

De Bailly hefbrug is gebouwd door de 13th Field Company van de Royal Canadian Engineers.

Begin juni was het pas zover dat deze brug gebruikt kon worden. Tot zolang lagen er in het kanaal schepen te wachten tot ze weer konden varen.