Achtergrond

1940-1945 Nederland zucht onder het bewind van de Duitse bezetter.
Nederland had minder dan de helft van het aantal inwoners als vandaag de dag. Dedemsvaart was een stuk kleiner met als kern de huidige Julianastraat, de Markt en woningen langs het kanaal ‘de Dedemsvaart’ en de Langewijk. Datzelfde ook voor Balkbrug en alle plaatsen om ons heen. 

Er was een avondklok ingesteld en je mocht na acht uur ’s avonds niet meer op straat komen, ook mocht je géén verlichting aan. Alles moest geblindeerd worden waardoor er totale duisternis heerste. TV bestond er in die tijd nog niet. De radio en kranten stonden onder Duits toezicht. Voor het echte nieuws luisterde men stiekem naar de Engelse BBC.

Sinds het begin van de oorlog in 1940 hadden de Duitsers veel grondstoffen nodig, waardoor men sinds het begin van de bezetting alles van waarde moest inleveren zoals paarden, vee, auto’s, vrachtauto’s en schepen. Sinds 1942 ook al het muntgeld, fietsen, schrijfmachines, koperen melkbussen, textiel voorraden en levensmiddelen. De dagelijkse levensmiddelen waren alleen te verkrijgen op de bon, wat lange wachtrijen gaf voor de winkels. En dat niet alleen in de gemeente Avereest, maar vooral in de grote steden.

Dieptepunten in de geschiedenis van de gemeente Avereest was de deportatie van de gehele Joodse gemeenschap en het fusilleren van 8 inwoners die vlak voor de bevrijding waren opgepakt.

De meeste Joodse mannen moesten zich in de zomer van 1942 al melden voor de zogeheten “werkverruiming”, waarna de bezetters ze lieten werken in diverse kampen in Noord- en Oost Nederland. Op de avond van 2 oktober 1942 werden ook vrouwen en kinderen van huis gehaald en naar de autobus gebracht die bij de synagoge op de markt klaar stond om hen naar Kamp Westerbork te vervoeren. Andere Joden stapten ’s morgens al in de tram van De Dedemsvaartsche Stoomtramweg-Maatschappij (DSM) naar Zwolle, waar ze overstapten op een trein naar Kamp Westerbork.