Fietsroute Avereest WOII
Hoofdstuk 5
Gedenksteen gefusilleerden
Gedenksteen gefusilleerden 6 april 1945: de vlaggen hangen uit, Dedemsvaart is vrij! Maar dan keren de Duitsers terug… Vijftien mannen worden opgepakt en zonder genade geëxecuteerd. De vreugde slaat om in rouw. Op het monument in Dedemsvaart blijven hun namen bewaard.
Weken en weken had Dedemsvaart in angstige spanning op de komst van de bevrijders gewacht. Een deel van de Duitse bezetting had het dorp reeds verlaten en was naar het noordwesten getrokken, terwijl de plaatselijke leden van de N.S.B. al heimelijk naar het oosten waren gegaan, het Canadese leger tegemoet. Toen, in de middag van de 6 e april 1945, gebeurde het: drie Canadese tanks trokken langzaam langs de Lange Wijk het dorp binnen.
Er was even een kort vuurgevecht met Duitsers, die zich nog in het burgemeestershuis ophielden, maar dezen gaven zich al spoedig over. Dedemsvaart was vrij!
Vlaggen werden overal uitgestoken, onderduikers konden zich voor het eerst sinds maanden weer rustig op straat begeven en de N.B.S.-ers zochten met geestdriftige ijver het dorp af naar achtergebleven N.S.B.-ers, N.S.K.K.-ers en moffenvrienden, die allen werden overgebracht naar de school naast het tramstation. En aangezien de drie Canadese tanks hun triomftocht voorlopig beëindigd hadden op het terrein van de Eerste Drentse Spoor- en Tramwegmaatschappij, heerste er om en bij het tramstation een vrolijke drukte. Heel Dedemsvaart was uitgelopen om de bevrijders te begroeten en de gevangen onderdrukkers uit te jouwen.
Tegen zeven uur in de avond echter vertrokken de Canadezen weer. Ze vormden slechts een verkenningsonderdeel van het leger, dat bij Gramsbergen lag, en moesten nu wederom op de hoofdmacht terugtrekken. Het grootste deel van de plaatselijke afdeling der N.B.S. verliet, gezeten boven op de tanks, eveneens het dorp. Slechts twee gewapende leden, Egbers en Oostenbrink, bleven achter om de gevangenen in de school te bewaken.
Ondanks de belofte van de bevrijders om de volgende morgen terug te komen, heerste er teleurstelling onder de mensenmenigte bij het E.D.S. emplacement, een teleurstelling, die in ontzetting en paniek veranderde, toen enkele minuten na het vertrek der Canadezen een paar mannen hijgend kwamen aanlopen uit de richting Balkbrug, roepend: “De moffen, de moffen komen terug!”
Even later klonken reeds schoten en de oploop bij het tramstation spatte uiteen. Ieder zocht een goed heenkomen, sommigen zochten dekking in tramwagons, anderen in loodsen, weer anderen achter de huizen van de heer Huisman, de werkmeester der E.D.S. en van de Kommies Blijham.
Langzaam, omzichtig sluipend langs de huizen en door achtertuintjes, naderde een patrouille van circa twintig Duitsers. Zij kwamen om wraak te nemen en om hun gevangengenomen kameraden te ontzetten.
Egbers en Oostenbrink trachtten nog weerstand te bieden en losten enkele schoten uit hun stenguns, maar toen de Duitsers dit vuur beantwoordden met handgranaten, moesten zij hun post opgeven en een goed heenkomen zoeken. De Duitsers namen echter geen enkel risico en bestookten nog geruime tijd de school en de woning van Huisman met handgranaten en zelfs met een pantservuist. Er bleef geen ruit heel in deze gebouwen, de deuren vlogen uit de scharnieren.
“Tenslotte sommeerden de Duitsers ons dan om allen met de handen boven het hoofd naar buiten te komen. Uit de school, de woning van Huisman en die van Kommies Blijham kwamen ongeveer vijftig personen tevoorschijn. We werden allen gefouilleerd en daarna mochten de vrouwen en kinderen vertrekken. De mannen achter – er waren er ongeveer dertig – werden in het gelid gezet en moesten onder geleide van de Duitsers afmarcheren in de richting Balkbrug.

De mannen werden in een achterzaal van Cafe Leunge (het cafe bevond zich bij de splitsing een stuk terug van waar we vandaaan zijn gekomen, waar nu witte appartementen staan. Later heette het Cafe Takens). De spanning was enorm, men kon alleen niet geloven dat de Duitsers tot executies zouden overgaan. Iedereen was immers onschuldig, behalve Egbers die bij het gewapende verzet zat. Hij wist te vluchten.
Nadat de persoonsbewijzen gecontroleerd waren werden de namen van vijtien personenen afgeroepen, de rest mocht gaan. Het was inmiddels donker geworden. Onder gewapend geleide moesten vijf mannen marcheren naar de Hoofdvaart tot voor de inrit van de boerderij van Grotenhuis.
Daar werd het kommando:”Linksom!” gegeven, waarna ze door een van de vijanden een meter uit elkaar werden gezet. Ze stonden op de berm langs de straatweg met de rug naar het kanaal en tegenover elk van hen posteerde zich een Nederlandse soldaat in Duits uniform met het geweer in de aanslag. Men begreep toen pas wat er gebeuren zou.
Door achteruit in het kanaal te springen ontsnapten twee man aan de dood, nog een man kon vluchten via een naastgelegen erf en er was ook iemand die had zich laten vallen en voor dood hield. Slechts één van de vijf, Sluijer, was levensgevaarlijk getroffen en zou later op de avond door een Duitser met een “genadeschot” van het leven worden beroofd.
In het café zaten intussen nog tien gevangenen te wachten. De Duitsers begrepen nu, dat het te gemakkelijk was om in het donker te ontsnappen en gelastten daarom hun arrestanten stuk voor stuk uit het café te komen. Op de weg, die van café Leunge naar de Hoofdvaart loopt, werden toen achtereenvolgens nog Veldhuis, Logtenberg, Rijkers, Bouwknecht, Rijnink, Boerema, Ten Kate en Jansen met een nekschot gedood.

Het oorlogsmonument werd opgericht ter nagedachtenis aan de gefusilleerden, t.w. J. Boerman, L. Bouwknegt, H.G.J. Jansen; L. ten Kate; H. Logtenberg; G.H. Reinink; A.B.A. Rijkers; J. Sluijer en J.H. Veldhuis.
Ga naar onderstaande link voor het oorspronkelijke verhaal